Wat veel mensen vertederend vinden, kan voor honden een levenslange worsteling betekenen. Rassen met een extreem platte snuit hebben vaker last van ademnood, piepende ademhaling en een sterk verminderde conditie.
Uit onderzoek van de University of Cambridge blijkt dat vooral de Pekinees en de Japanese Chin er slecht voorstaan. Bij deze rassen blijkt slechts een klein deel van de honden vrij te kunnen ademen zonder klachten.
Wat is er precies aan de hand?
De verkorte schedelvorm bij kortsnuitige honden — ook wel brachycefalie genoemd — kan leiden tot het zogeheten BOAS-syndroom. Daarbij zijn de luchtwegen vernauwd en de neusgaten vaak te smal. Gevolg: benauwdheid, snurken, snel uitgeput raken en in ernstige gevallen zelfs operaties om weer normaal te kunnen ademen.
Van rassen als de Mopshond, Franse bulldog en Engelse bulldog was al langer bekend dat ze kwetsbaar zijn. Maar het nieuwe onderzoek keek breder en onderzocht bijna 900 honden uit veertien verschillende rassen.
Grote verschillen tussen rassen
Honden kregen een score van nul (nauwelijks klachten) tot drie (ernstige ademnood). Vooral de Pekinees scoorde zorgwekkend laag: slechts een klein percentage van deze honden had geen ademhalingsproblemen. Ook de Japanese Chin bleek kwetsbaar.
Andere rassen deden het beter. Bij de Cavalier King Charles Spaniël, Pomeriaan, Boxer en Chihuahua was een aanzienlijk groter deel van de honden symptoomvrij.
Opvallend: bij de Maltezer en de Pomeriaan werden geen duidelijke ernstige BOAS-klachten vastgesteld binnen de onderzochte groep.
Niet alleen het ras is bepalend
Het risico hangt niet uitsluitend af van het ras. Ook individuele kenmerken spelen mee. Honden met een extreem korte snuit, overgewicht of neusgaten die dichtklappen tijdens het inademen lopen extra risico.
De onderzoekers plaatsen wel een kanttekening: sommige vergelijkingsgegevens stammen uit eerdere jaren. Het is mogelijk dat fokpraktijken sindsdien zijn aangepast om gezondheidsproblemen te beperken.
Toch is de boodschap helder. Uiterlijke kenmerken die “schattig” worden gevonden, kunnen grote gevolgen hebben voor het welzijn van een hond. Wie een pup kiest, kiest dus niet alleen met het oog — maar hopelijk ook met het hart én de longen.