Toen de medewerkers van het asiel DNA-testen uitvoerden bij de honden, hadden ze niet verwacht zulke ontdekkingen te doen.
Oorspronkelijk wilden de medewerkers DNA-testen uitvoeren om de hondenrassen beter te identificeren, zodat ze betere zorg konden bieden.
Toeval?
Tijdens het uitvoeren van de testen ontdekten ze echter dat meerdere honden in hun asiel familie van elkaar waren, ook al waren ze niet onder dezelfde omstandigheden of door dezelfde mensen afgestaan. Aanvankelijk dachten ze dat het puur toeval was, maar al snel begrepen ze dat de ontdekking een dieperliggend probleem blootlegde.
Het begon allemaal met de test van Atticus, een Pyrenese Berghond. Hij kwam na ernstige mishandeling in het asiel terecht en was er zo slecht aan toe dat zijn voorpoot geamputeerd moest worden. Uit de tests bleek dat Atticus de halfbroer was van Bernie, een andere Pyrenese Berghond. Ook Bernie's voorpoot moest worden geamputeerd nadat hij vast was komen te zitten in een berenval en meerdere kogels in zijn lichaam had. De twee honden waren op verschillende tijdstippen en op totaal verschillende locaties achtergelaten. Toch bleken ze familie te zijn.
Een dieperliggend probleem
Het werd pas echt duidelijk toen de medewerkers de hond Cracker testten. Hij bleek familie te zijn van de honden Andi, Yeti en Ronin, die ook Pyrenese Berghonden in het asiel waren. De medewerkers zien hierdoor een zorgwekkende toename in het aantal afgestane honden van dit ras.
Met meer dan 15 Pyrenese Berghonden in het asiel kan de situatie niet langer worden genegeerd. Pyrenese Berghonden zijn geen speelgoed. Fokkers die nestjes fokken zonder de juiste kennis van de behoeften van het ras, dragen bij aan de toename van het aantal honden dat wordt afgestaan.
De medewerkers benadrukken dat deze honden van oudsher op boerderijen werken. Maar het zijn honden die net zoveel liefde, geduld en opvoeding verdienen als elke andere hond. Ze leren hun 'vak' niet zomaar vanzelf.