De situatie van verwaarloosde huisdieren in Nederland wordt steeds ernstiger. Dat ziet de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn dagelijks terug in meldingen over honden, katten en andere dieren die zwaar vermagerd zijn, in vervuilde woningen leven of dringend medische zorg nodig hebben.
Volgens inspecteur Jelko de Ruijter stijgt niet alleen het aantal meldingen, maar vooral de ernst van de situaties.
“Een paar jaar geleden zagen we vooral dieren met vervilte vachten of te lange nagels. Dat was al zorgelijk, maar tegenwoordig treffen we dieren aan die nooit medische hulp hebben gekregen. In sommige gevallen zijn dieren daardoor zelfs overleden.”
Financiële problemen spelen grote rol
De inspectiedienst ziet sinds de coronaperiode een duidelijke verandering. Tijdens de lockdowns namen veel mensen een huisdier tegen eenzaamheid, maar niet iedereen bleek in staat om langdurig goed voor een dier te zorgen.
Daar kwamen later ook financiële problemen bij. Door de inflatie hebben vooral huishoudens met lagere inkomens moeite om dierenartsbezoeken en dagelijkse verzorging te betalen.
Daardoor stellen baasjes noodzakelijke behandelingen uit of volgen ze adviezen van dierenartsen niet meer op.
Dierenartsen slaan vaker alarm
Vooral dierenartsen trekken steeds vaker aan de bel bij de inspectiedienst. In slechts drie jaar tijd verdrievoudigde het aantal meldingen vanuit dierenklinieken.
Volgens De Ruijter komt hulp vaak al laat.
“Wanneer een dierenarts melding maakt, is een situatie meestal al ernstig geëscaleerd.”
Inspecteurs moeten daardoor vaker ingrijpen met controles, waarschuwingen en handhaving.
Meldingen van dierenleed blijven belangrijk
Niet alleen dierenartsen kunnen melding maken van verwaarlozing of mishandeling. Ook buurtbewoners of andere omstanders kunnen contact opnemen met meldpunt 144 wanneer zij zich zorgen maken over het welzijn van een dier.
De inspectiedienst benadrukt dat vroeg ingrijpen essentieel is om ernstig dierenleed te voorkomen.