In het onderzoek werden duizenden honden vergeleken: zowel populaire designerhonden als hun raszuivere “ouders”. Het ging onder andere om de Labradoodle, Cockapoo en Cavapoo.
Deze honden zijn doelbewuste kruisingen van bekende rassen zoals de Labrador Retriever, Poedel, Cocker Spaniel en Cavalier King Charles Spaniel.
Ze worden vaak gekozen omdat ze vriendelijk, slim en geschikt voor gezinnen zouden zijn. Ook de vacht speelt een rol: veel mensen hopen op een hond die minder verhaart en beter te verdragen is bij allergieën.
De cijfers verrassen
De resultaten van het Britse onderzoek laten een gemengd beeld zien. In ruim 44 procent van de vergelijkingen vertoonden de designerhonden vaker ongewenst gedrag dan de oorspronkelijke rassen. Bij ongeveer 10 procent deden ze het juist beter, en in bijna de helft van de gevallen werd geen duidelijk verschil gevonden.
Voor het onderzoek werden meer dan 9400 vragenlijsten geanalyseerd. Daarvan gingen er ruim 3400 over designerhonden en bijna 6000 over raszuivere honden.
Eén kruising viel extra op
De Cockapoo kwam in het onderzoek het minst gunstig naar voren en liet relatief vaak probleemgedrag zien. Cavapoos scoorden iets beter, terwijl labradoodles juist in meerdere vergelijkingen positiever uit de analyse kwamen.
Dat betekent niet dat elke individuele hond zo is, maar het laat wel zien dat het populaire imago van deze kruisingen niet altijd overeenkomt met de praktijk.
Waarom onderzoekers dit wilden weten
De studie werd uitgevoerd omdat designerhonden steeds populairder worden. Veel toekomstige baasjes gaan ervan uit dat deze kruisingen automatisch de beste eigenschappen van beide rassen combineren.
Maar volgens onderzoekers is dat niet zo simpel. Gedrag hangt niet alleen af van ras, maar ook van opvoeding, training en omgeving.
Met andere woorden: zelfs bij een “perfecte mix” blijft het uiteindelijk gewoon een hond met een eigen karakter. En soms ook een tikje eigenwijs.