In woonzorgcentrum De Koperhorst in Amersfoort gebeurde twee jaar geleden iets opmerkelijks. Geen nieuw zorgprotocol, geen technische snufjes, maar iets veel eenvoudigers: drie echte katten kregen er hun eigen kamer.
En dat bleek geen overbodige luxe.
Onderzoek van de Open Universiteit Heerlen laat zien dat dieren mensen met dementie rustiger én alerter maken. De Koperhorst besloot daarom bewust níet te kiezen voor robotkatten, maar voor levende dieren. Met snorharen. Met karakter. Met een eigen wil.
Een kamer waar je even vergeet waar je bent
De kattenkamer is inmiddels een vaste plek geworden voor bewoners. Vrijwilliger Thijmen Schoorl, die regelmatig video’s deelt op sociale media, ziet dagelijks wat het doet.
“Je merkt het meteen,” vertelt hij. “Mensen worden rustiger. Ze praten meer. En ze komen hier echt graag.”
De filmpjes van de kattenkamer worden massaal bekeken en inspireren inmiddels ook andere zorgcentra om hetzelfde te overwegen.
‘Ik heb altijd koekjes bij me’
Bewoonster Joke is een vaste bezoeker. Ze had vroeger zelf een kat en voelt zich zichtbaar thuis tussen de spinnende logees.
“De katten kennen mij echt hoor,” zegt ze trots. “Ik heb ook altijd koekjes bij me.”
Voor haar en voor veel anderen voelt de kattenkamer niet als zorg, maar als iets vertrouwds. Iets van vroeger. Iets dat blijft.
Een andere bewoonster verwoordt het simpel:
“Ze zijn trouw. Ze komen altijd naar je toe. Het is gezellig. Je krijgt er een saamhorigheidsgevoel van.”
Van asiel naar zorgcentrum
De katten komen uit het asiel en hebben overdag hun eigen kamer. Aan het einde van de dag mogen ze vrij rondlopen door het woonzorgcentrum alsof ze er altijd al thuishoorden.
Bestuurder Eveline van Dijk noemt het project een succes:
“Het heeft even tijd gekost voordat alles goed stond en iedereen eraan gewend was. Maar inmiddels zien we elke dag hoe waardevol dit is.”
Soms is zorg gewoon een spinnenkop
Geen therapie met moeilijke woorden. Geen handleiding. Gewoon een kat die naast je komt liggen.
En dat blijkt soms precies genoeg.