In het Oost-Vlaamse Borsbeke werd Golden Retriever Sheila begin maart voor het eerst moeder. Haar baasje Annita kon haar ogen bijna niet geloven: de teller bleef oplopen tot veertien.
Voor het ras Golden Retriever ligt het gemiddelde nest normaal rond zeven tot acht pups. Eerste nestjes zijn vaak zelfs kleiner. Veertien? Dat gebeurt zelden.
De bevalling duurde ongeveer zeven uur. De eerste pup werd nog in de zetel in de veranda geboren, de tweede zelfs buiten. Daarna verhuisde Sheila naar haar werpkist, waar nog twaalf pups volgden.
Meer pups dan tepels
Een praktische uitdaging volgde meteen: een Golden Retriever heeft ongeveer tien tepels.
Dat betekent dat niet alle pups tegelijk kunnen drinken. Annita helpt daarom een handje. Letterlijk.
De kleinste pups krijgen extra voeding met de fles. Ook ’s nachts. “Dat hoort erbij,” zegt ze. “Ze krijgen hier de beste zorgen.”
Geduld voor nieuwe baasjes
Het grote nest bestaat uit vier teefjes en tien reutjes. Alle pups hebben inmiddels al een toekomstig baasje. Toch moeten de adoptiegezinnen nog even wachten. Puppy’s mogen het nest pas verlaten als ze acht tot negen weken oud zijn.
Zelf houdt het gezin ook één pup. De naam is al gekozen: Jolie.
Eén keer is genoeg
Sheila blijkt een rustige moeder. Ze is sociaal, mensgericht en blijft opvallend kalm tussen haar grote kroost. Toch blijft het volgens Annita bij dit ene nest.
“Wij zijn geen broodfokkers,” zegt ze beslist. “Dit maken we haar geen tweede keer mee.” Veertien pups grootbrengen is tenslotte niet alleen bijzonder.
Het is ook een fulltime job.