Wanneer inspecteurs de woning binnenstappen, slaan ze bijna achterover. De lucht van urine, afval en vervuiling is zo heftig dat sommigen misselijk worden. Bij de badkamer wordt het zelfs te veel. “Daar kon ik niet naar binnen”, noteert een inspecteur later in haar rapport.
Toch blijken daar twee katten te wonen. Opgesloten. Tussen de stank.
Al twee keer een houdverbod genegeerd
De bewoonster, Johanna, is geen onbekende voor justitie. De voormalige fokster kreeg eerder al twee keer een houdverbod voor katten, nadat bleek dat ze haar dieren structureel slecht verzorgde. Toch werden vorig jaar opnieuw veertien Maine Coons in haar huis aangetroffen.
Dit keer hangt haar een gevangenisstraf boven het hoofd.
Katten overal, zelfs in de badkamer
Volgens het dossier was de woning zwaar vervuild. Overvolle kattenbakken, geen schoon drinkwater, haren en uitwerpselen door het hele huis. In de badkamer zaten twee katten opgesloten.
Johanna verklaart dat het om een tijdelijke oplossing ging. “Wilde katten”, zegt ze. “Ze hadden een kamer vies gemaakt. Ik moest die nog schoonmaken.”
Hoe lang ze daar zaten? “Een paar weken.”
Van wie ze waren? “Niet van mij.”
Ook haar zoon Marius, die bij haar woont, ontkent eigenaarschap.
Uitgedroogd, ziek en ondervoed
De dierenarts schetst een ander beeld. Van de veertien katten waren er acht te mager. Negen hadden een slechte vacht. Twee waren uitgedroogd. Meerdere dieren hadden ringworm en korsten rond ogen en oren.
Volgens de rechter doet het er niet toe hoe snel de dierenarts hen zag. Ook de inspecteurs hadden al vastgesteld dat de katten er slecht aan toe waren.
“Ze maken het groter dan het is”
Marius raakt tijdens de zitting zichtbaar geëmotioneerd en boos. Hij vindt dat de situatie wordt overdreven. Johanna barst intussen in tranen uit. Ze vertelt dat ze lichamelijk en mentaal vastloopt, slecht slaapt en om hulp heeft gevraagd.
“Ik kan niet eens dweilen”, zegt ze. “Ik heb krukken.”
De rechter vraagt voorzichtig of ze ooit heeft overwogen de katten aan iemand anders te geven. Johanna veegt haar tranen weg. “Het zijn kinderen voor mij. Die doe je niet weg.”
‘Ronduit smerig’
De officier van justitie is duidelijk. De situatie noemt hij ronduit smerig. De zorg ondermaats. En het negeren van het houdverbod zwaar verwijtbaar. Dat de katten niet van Johanna zouden zijn, gelooft hij niet.
Hij eist een celstraf van zeven weken en een houdverbod van vijf jaar. Ook tegen zoon Marius wordt een taakstraf en een houdverbod geëist.
De katten keren niet terug
De rechter doet uiteindelijk uitspraak. Johanna hoeft niet de gevangenis in, maar krijgt een taakstraf van vijftig uur. Haar zoon krijgt veertig uur. Beiden krijgen een houdverbod van twee jaar.
De in beslag genomen katten mogen nooit meer terug naar het huis in Oud-Beijerland. Er wordt een nieuw, veilig onderkomen voor hen gezocht.
Op de gang breekt Johanna opnieuw. Haar zoon is dan al verdwenen.