Het moment blijft zich herhalen in het hoofd van Emma.
Toen de explosie donderdagavond de Utrechtse binnenstad verscheurde, vluchtte haar 75-jarige moeder in paniek haar woning uit. In haar armen: Cara, de moederpoes. Buiten liet ze haar los uit angst, uit noodzaak, uit pure shock.
Doerak? Die zou al buiten zijn geweest. Dacht ze. Hoopte ze.
Sindsdien zijn Cara en Doerak nergens meer te vinden.
Twee katten, één groot gemis
Voor Emma’s moeder zijn Cara en Doerak geen “huisdieren”. Ze zijn haar gezelschap, haar routine, haar houvast.
Na de eerste uren, toen de adrenaline nog overeind hield wat eigenlijk al instortte, kwam de klap pas echt. In Hotel Karel V, waar ze werd opgevangen, zakte ze letterlijk door haar benen toen de realiteit doordrong.
Haar huis is grotendeels verwoest. Haar leven staat stil.
Maar het ergste: haar katten zijn weg.
Zoeken zonder toegang
Emma zoekt al dagen. Met foto’s, oproepen op Facebook, en vooral: hoop.
“Het wrange is dat katten vaak teruggaan naar huis,” vertelt ze. “Maar dat kan nu niet. Het gebied is afgesloten. De tuin waar ze zich zouden verstoppen… die bestaat niet meer.”
Op de plek waar ooit een vertrouwde tuin was, staat nu een bulldozer.
Er is een melding dat één van de katten rondom de woning is gezien. Maar niemand kan erbij.
Met een kattenmand en machteloosheid
Emma loopt rond met een kattenmand onder haar arm. Niet omdat ze verwacht ze meteen te vinden, maar omdat het het enige is wat ze nog kan doen.
“Mijn moeder mist ze vreselijk,” zegt ze. “En ik ben vooral bang dat ze honger hebben. Of ergens vastzitten.”
Hulp, maar nog geen antwoorden
De Dierenambulance Utrecht bevestigt dat er na de explosie nog minstens drie katten officieel als vermist staan geregistreerd. Vrijwilligers zoeken met chipreaders in de omgeving, maar veel gebieden blijven onbereikbaar.
Sommige katten zijn mogelijk al gevonden, maar niet afgemeld. Voor Cara en Doerak is er voorlopig alleen stilte.
Wachten tussen puin en hoop
Misschien zitten ze verscholen in struiken, in een kelder, ergens waar niemand nog mag komen. Misschien wachten ze zoals katten dat doen tot het weer veilig voelt.
Tot iemand hen roept.
Tot hun naam weer klinkt.