Aanbieding

Onderzoek toont verband tussen het hebben van een kat en een mentale aandoening

Onderzoek toont verband tussen het hebben van een kat en een mentale aandoening

© Photo by Yerlin Matu - Unsplash

Onderzoekers slaan alarm: hebben kattenliefhebbers écht meer risico op deze mentale aandoening?

Door Sander Nelisse Redacteur

Online sinds

Australisch onderzoek legt een verrassend verband bloot tussen samenleven met katten en schizofrene stoornissen, maar hoe groot is de dreiging echt?

Ze liggen op schoot, spinnen zachtjes en lijken onschuldig. Toch zorgt een Australische studie nu voor onrust onder kattenliefhebbers. Volgens onderzoekers zouden mensen die samenleven met een kat tot twee keer zoveel kans hebben op het ontwikkelen van schizofrene stoornissen.

Dat klinkt heftig. Maar zoals zo vaak bij wetenschap: het verhaal is genuanceerder dan de kop doet vermoeden.

Transformeer je huisdier in een kunstwerk!
Ja, ik wil het proberen!

44 jaar onderzoek onder de loep

De bevinding komt uit een grote analyse van 17 wetenschappelijke studies, uitgevoerd over een periode van 44 jaaren verspreid over 11 landen. De resultaten verschenen eind 2023 in het gerenommeerde tijdschrift Schizophrenia Bulletin.

Onder leiding van psychiater Dr. John McGrath (Queensland Centre for Mental Health Research) bekeken onderzoekers data vanaf 1995, het moment waarop voor het eerst vermoedens ontstonden van een verband tussen katten en bepaalde psychische aandoeningen.

De conclusie: mensen die intensief met katten in aanraking komen, lijken gemiddeld een verhoogd risico te hebben. Geen garantie. Geen directe oorzaak. Wel een statistisch verband.

De verdachte met de moeilijke naam

De hoofdverdachte? Toxoplasma gondii.
Een microscopische parasiet die voorkomt bij katten en via uitwerpselen kan worden overgedragen. Voor de meeste mensen is hij onschuldig, maar hij wordt al langer gelinkt aan veranderingen in gedrag en hersenfuncties.

Sommige onderzoekers kijken ook naar andere mogelijke boosdoeners, zoals bacteriën in kattenbeten of -krabben. Maar: het bewijs is nog verre van sluitend.

Niet elk onderzoek ziet hetzelfde

Belangrijk detail: niet alle studies bevestigen het verband.
In een Amerikaans onderzoek onder 354 psychologiestudenten werd géén direct verband gevonden tussen het hebben van een kat en schizotypisch gedrag.

Opvallend genoeg scoorden studenten die ooit door een kat waren gebeten wél hoger op bepaalde psychologische schalen. Toeval? Misschien. Vervolgonderzoek moet dat uitwijzen.

Moet je nu je kat wantrouwen?

Kort antwoord: nee.

De onderzoekers benadrukken dat de overgrote meerderheid van kattenbaasjes nooit psychische problemen ontwikkelt. Het gaat om statistische kansen, niet om voorspellingen op individueel niveau.

Hun advies is vooral praktisch en nuchter:

  • Was je handen na contact met katten en bij het schoonmaken van de kattenbak

  • Laat je kat regelmatig controleren door de dierenarts

  • Maak krab- en bijtwonden altijd goed schoon

Geen paniek. Wel gezond verstand.

Wat zegt dit ons écht?

Deze studie is geen aanval op kattenliefde, maar een herinnering aan hoe complex de relatie is tussen mens, dier en gezondheid. Wetenschap zoekt verbanden, geen schuldigen.

Of, zoals je kat het zou zeggen:
“Voer me. Knuffel me. En was daarna gewoon je handen.”

Wellicht ook interessant:

Wat vond jij van dit nieuws?

Bedankt voor je feedback !

Bedankt voor je feedback !

Laat een reactie achter
Log in om een reactie te plaatsen