Op 12 juli deed een passant een vreselijke ontdekking in Flushing, een wijk in het New Yorkse stadsdeel Queens. Toen de buurtbewoner in een vuilniscontainer in Farrington Street keek, zag hij twee jonge honden die vreselijk aan het lijden waren. Hun snuiten waren strak omwikkeld met ijzerdraad.
De snel gealarmeerde politie van New York bracht de twee jonge dieren met spoed naar een dierenkliniek. De honden, die de namen Poppy en Petunia kregen, verkeerden in kritieke toestand. Ze waren extreem vermagerd en hadden ernstige infecties. Ook hadden ze diepe wonden tot op het bot bij hun bovenkaak, waardoor ze hun bek niet meer open konden doen.
Een lang herstel bij de ASPCA
De twee slachtoffers werden vervolgens overgebracht naar het medisch centrum van de dierenwelzijnsorganisatie ASPCA in Manhattan. De verzorgers gaven hen direct antibiotica, pijnstillers en intensieve wondverzorging.
Tijdens hun herstel kregen Poppy en Petunia speciale zachte voeding om hun kaken te ontzien. De vrijwilligers gaven hen alleen zacht speelgoed om mee te spelen. David Little, manager bij de ASPCA, benadrukte dat de honden het zonder de snelle reactie van de buurtbewoner niet zouden hebben overleefd.
Een frisse start
Ondanks de littekens die nog altijd zichtbaar zijn op hun snuiten, knapten de twee honden langzaam maar zeker op. Ze kregen hun krachten terug en leerden weer te spelen.
Op 14 augustus bevestigde de ASPCA het nieuws waar iedereen op had gehoopt: Poppy en Petunia zijn volledig hersteld en hebben inmiddels allebei een liefdevol nieuw thuis gevonden.