Waar de meeste mensen aftelden naar middernacht, stapten de vrijwilligers van Rescue Team Pajot VZW in hun auto. Vlaams-Brabant, Brussel, Zennevallei — de meldingen bleven binnenstromen. Honden die in blinde paniek waren losgebroken door vuurwerk en nergens meer heen konden.
De jaarwisseling werd geen feest, maar een marathon.
Honden gevonden terwijl baasjes nog feestvierden
In Hoegaarden draaide vrijwilliger Wim overuren. Meerdere keren rukte hij uit om honden te lokaliseren, chips uit te lezen en dieren veilig te stellen.
“Er zijn honden teruggebracht terwijl hun baasjes nog in het buitenland zaten te vieren,” vertelt Fabienne Devriendt, de drijvende kracht achter de organisatie.
Ondertussen werden spotmeldingen via chatgroepen razendsnel gedeeld. Elke waarneming kon het verschil betekenen tussen een hereniging of een verloren spoor.
Paniek in de Zennevallei
Ook rond Beersel en Asse waren vrijwilligers voortdurend onderweg. Bange honden, trillend in bermen en tuinen, vaak volledig uitgeput. De knallen hielden niet op — en de angst ook niet.
“Onverantwoord, het was daar een oorlogszone”
In Brussel en Anderlecht liep het uit de hand. Een vrijwilliger moest haar zoektocht staken nadat de situatie te gevaarlijk werd. “Er werden bommetjes gegooid. Het was gewoon een oorlogszone,” zegt Devriendt.
“Je kunt geen levens redden door zelf je leven te riskeren.”
Voor sommige honden kon daardoor helaas niet worden doorgezet.
Vrijwilligers zonder pauzeknop
Alles gebeurt volledig vrijwillig. Geen vergoeding, geen rust, soms nauwelijks slaap. De eerste oproepen kwamen al binnen om 7 uur ’s ochtends op nieuwjaarsdag — terwijl de laatste interventies dagen later nog liepen.
Brandstof, tijd, gezin: alles wordt opgeofferd voor dieren die niemand anders helpt.
Hoop tussen de knallen
Niet alle verhalen eindigden die nacht goed. Enkele honden blijven vermist. Maar voor veel gezinnen kwam er toch opluchting: een natte neus, een trillend lijfje, weer veilig thuis.
Voor Fabienne is het simpel: “Mensen en dieren helpen. Meer hoeft het niet te zijn.”
En soms… is dat al heldhaftig genoeg.