De lange versie: In februari 2014 besloot ik om met onze kat naar de dierenarts te gaan. Hij leek te zijn afgevallen, sliep veel, werd een lastige eter, begon op verschillende plekken in huis te plassen en hij moest vooral steeds vaker overgeven.
Met al die symptomen kon de dierenarts al snel een diagnose stellen. Na een bloedonderzoek kregen we de uitslag: ernstig nierfalen. En natuurlijk, als al die symptomen er eenmaal zijn, is de ziekte al in een vergevorderd stadium. De ureum- en creatininewaarden waren zo hoog dat ze ons vertelden dat hij het weekend misschien niet eens zou halen.
Hij werd toch aan het infuus gelegd om hem te proberen te redden. Er waren twee mogelijkheden: of het was nierfalen door nierstenen, en in dat geval zouden de waarden snel moeten dalen en zou alles weer normaal worden zodra de stenen weg waren, óf de waarden zouden dalen maar hoog blijven, en dan is het CNI (Chronische Nierinsufficiëntie).
De volgende dag kregen we een telefoontje: de waarden waren nog steeds hoog, maar wel flink gezakt. We hielden hem aan het infuus om te kijken hoe ver we ze omlaag konden krijgen.
Na een week in de kliniek mochten we onze kat weer mee naar huis nemen. De waarden leken stabiel, maar bleven net boven de normaalwaarden; het was dus inderdaad CNI. Hij moest op speciaal voer (voor ons zijn dat de k/d brokjes van Hill's) en hij kreeg een behandeling voor de rest van zijn leven (Fortekor + Ipakitine). Een paar dagen later stond er een nieuw bloedonderzoek gepland om te checken of de ziekte goed stabiel bleef.
Een paar dagen later kwam de uitslag van de controle-bloedtest: de waarden waren weer gestegen. We hadden het al aan zien komen, want hij at weer niet en hij zocht steeds plekjes op om te slapen waar hij normaal nooit kwam. De dierenarts stelde voor om hem te laten inslapen, maar dat weigerde ik op dat moment. Ik wilde nog even afwachten.
Hij was toen heel zwak, we voelden dat het einde naderde en we waren bereid om op elk moment een afspraak te maken om hem uit zijn lijden te verlossen. Wanhopig probeerden we van alles om hem aan het eten te krijgen, maar niets hielp. Zelfs blikjes tonijn wilde hij niet (terwijl hij voorheen direct kwam aanrennen als we er eentje opentrokken). We merkten echter dat hij wel het sap oplikte. Dat bracht mijn partner op het idee om natvoer in de vorm van een zachte mousse te kopen. Door de mousse op te likken kreeg hij toch wat binnen en zo kwam hij langzaam weer een beetje op krachten.
Zo zijn we dagenlang, zelfs maandenlang doorgegaan, in combinatie met zijn medicijnen. Stapje voor stapje kwam hij weer aan en kreeg hij meer energie. Hij begon elke dag iets meer te eten. Uiteindelijk kreeg hij zijn eetlust weer helemaal terug. We konden hem weer de speciale brokjes voor zijn ziekte geven en die at hij gewoon op.
Inmiddels zijn we drie jaar verder en hij is hartstikke fit: hij speelt, hij komt om knuffels vragen, hij eet goed en elke ochtend wacht hij vol ongeduld op zijn medicijn dat door een beetje natvoer gemengd zit!